‘In 2040 rookt minder dan 5% van de inwoners van Nederland van 18 jaar en ouder en 0% van de jongeren en zwangere vrouwen.’ Dit is de doelstelling van het Nationaal Preventieakkoord op het gebied van roken. Om deze doelstelling te behalen hebben meer dan 70 partijen waaronder GGD GHOR Nederland afspraken gemaakt. Vandaag, op Internationale Anti-Tabaksdag, nemen we het onderwerp roken onder de loep met Janna van der Zand, jeugdarts bij GGD Zuid-Limburg.

Roken: de belangrijkste doods- en ziekteoorzaak
Roken is al jaren de belangrijkste oorzaak van ziekte(last) en sterfte, zo blijkt uit de Volksgezondheid Toekomst Verkenning van 2018 (RIVM). Los van het persoonlijke leed kost het onze maatschappij ook veel; de kosten van ziekte als gevolg van roken vormen 2,8 % van de totale zorgkosten. Jeugdarts Janna van der Zand: ’Iedereen kent wel iemand die ziek is geworden of zelfs is overleden aan de gevolgen van roken. Dit raakt niet alleen de persoon die rookt en zijn omgeving, maar de hele samenleving; van werkgever en gemeente tot zorgverzekeraar. De aandacht voor roken lijkt de afgelopen jaren iets verslapt, omdat we er van uit gaan dat iedereen wel weet dat roken slecht voor je is. Kennis is echter niet voldoende voor een duurzame gedragsverandering. Dit in combinatie met de ingrijpende gevolgen maakt dat de aandacht niet mag verslappen. Het is daarom goed dat er met de komst van het Preventieakkoord weer extra aandacht voor is.’

Preventie centraal
Om de ambitieuze doelstelling van het Nationale Preventieakkoord op roken te behalen wordt ingezet op meer tabaks- en rookvrije plekken, voornamelijk op plekken waar kinderen veel komen zoals scholen en speeltuinen. De accijnzen op tabak worden verhoogd, waardoor roken duurder wordt. En ook worden mensen die roken extra geholpen bij het stoppen, bijvoorbeeld door het schrappen van het eigen risico op stopprogramma’s en een belangrijkere rol voor zorgprofessionals hierin. Van der Zand: ‘Preventie is van groot belang, zeker met roken. Dit heb ik ervaren toen ik als arts (in opleiding) in het ziekenhuis werkte. Ik behandelde vaak mensen die ernstig ziek waren vanwege hun ongezonde leefstijl en roken. Na ontslag in het ziekenhuis vervielen deze mensen vaak weer in hun ongezonde leefstijl of zelfs tijdens de behandeling betrapte ik ze al op het roken van een sigaret. Dit gaf mij als arts geen voldoening en zo kwam ik bij de GGD terecht. Want hier zet ik me juist in om mensen ‘aan de voorkant’ te helpen. Zo probeer ik ervoor te zorgen dat kinderen niet gaan roken of juist stoppen als ze al begonnen zijn. Dit geeft me voldoening.’

Maak gezonde leefstijl toegankelijk voor iedereen
Jeugdartsen zien alle kinderen, en opvoeders, op meerdere momenten in hun leven. Tijdens deze momenten is roken een van de onderwerpen die besproken wordt en waar voorlichting op plaatsvindt. Hoe belangrijk deze rol ook is, als jeugdarts heb ik vanuit de spreekkamer slechts een beperkte invloed op een gezonde leefstijl van jongeren en opvoeders. Daarom is het zo belangrijk dat er meer gebeurt. Een gezonde leefstijl moet ‘gewoon’ en toegankelijk zijn. De hele omgeving speelt hierin een rol; van school en gemeente tot lokale supermarkt. Ik vind het belangrijk om ook de achterliggende problemen van (jonge) mensen aan te pakken. Denk aan schulden, werkeloosheid of eenzaamheid. Daarin spelen mijn collega’s van de gemeente een belangrijke rol. Zij weten wat er op andere vlakken speelt bij mensen in hun regio’s, steden, dorpen en wijken. Op dat punt is een veel intensievere samenwerking nodig. Daar kan het Preventieakkoord een rol in spelen. Stoppen met roken is heel lastig als je bijvoorbeeld niet lekker in je vel zit. Kijk dus naar de mens in zijn geheel. Er zijn altijd meerdere factoren die een rol spelen. We noemen dat met een moeilijk woord ‘integrale aanpak’, maar dat is wel precies wat nodig is.’

Collectieve maatregelen mogen tandje verder
Alhoewel Janna verheugd is met de komst van het Preventieakkoord geeft ze aan dat voor haar de collectieve maatregelen uit het akkoord best een tandje verder mogen gaan: ‘De prijs van tabak mag sterker omhoog, het aantal verkooppunten mag flink teruggebracht worden en gezonde keuzes moeten makkelijker en goedkoper worden’. Verder geeft ze aan dat ze als jeugdarts een goede tool mist die ze in kan zetten als ze een jongere op het spreekuur krijgt die rookt: ‘Het zou mooi zijn als ik een jongere iets digitaals kan bieden; een goede app of iets van een virtual reality experience’. Ook zouden we als GGD nog meer moeten zijn waar de jongere zich bevindt; online.’

Meer informatie
Meer informatie over: