Mensen die in de buurt van pluimvee- en geitenhouderijen wonen hebben een grotere kans op longontsteking. Aanvullende studies van het RIVM-onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) bevestigen en onderbouwen deze conclusie.

Het RIVM publiceerde de aanvullende resultaten vorige week vrijdag. De resultaten zijn voor GGD GHOR Nederland een reden te meer om te benadrukken dat gezondheidsadvies betrokken moet worden bij vergunningsaanvragen voor veehouderijen. Dit geeft bestuurders de gelegenheid een gedegen besluit te nemen.

Het onderzoek VGO startte in 2013 en kwam in 2016 met de eerste resultaten naar buiten. GGD GHOR Nederland riep provincies en gemeenten in juli 2016 op maatregelen te nemen om gezondheidsproblemen te voorkomen en mensen te beschermen. De uitkomsten van het vervolgonderzoek benadrukken nogmaals het belang van dit pleidooi.

Toepassen voorzorgprincipe nog urgenter
Rondom pluimvee- en geitenhouderijen hebben mensen een grotere kans op longontsteking. Bij pluimveehouderijen zijn er sterke aanwijzingen dat de emissie van fijnstof hierbij een belangrijke rol speelt. Uit het aanvullende VGO-onderzoek komt niet duidelijk naar voren wat de primaire oorzaak van de luchtwegklachten rond geitenhouderijen is. Wel is duidelijk dat de afstand tot de veehouderijbedrijven er toe doet.

Nu de aanvullende studies sterker onderbouwen dat wonen in de omgeving van veehouderijen gezondheidsproblemen met zich mee brengt, is het toepassen van het voorzorgprincipe in het gemeentelijke beleid en de omgevingsplannen nog urgenter geworden. Bij beslissingen over het wel of niet verlenen van vergunningen voor nieuw te bouwen veehouderijen of uitbreidingen, moet dan ook nadrukkelijker worden gekeken naar eventuele gezondheidsrisico’s, aldus GGD GHOR Nederland.

GGD’en kunnen provincie- en gemeentebestuurders bij vergunningsaanvragen ondersteunen door het geven van een gezondheidskundig advies. Op dit moment vragen meerdere gemeenten hun regionale GGD al om een dergelijk advies. Dit is een advies op maat, waarbij de gezondheidsrisico’s inzichtelijk gemaakt worden in relatie tot bijvoorbeeld de afstand tot veehouderijen, bewonersaantallen en andere activiteiten. Het GGD-advies draagt bij aan een afgewogen en transparant besluit die de bestuurders dienen te nemen en waarbij aan de bescherming van de gezondheid van mensen een groot belang wordt gehecht.

Gezondheidsschade
Uit de resultaten van het VGO-onderzoek concludeert GGD GHOR Nederland dat emissiereductie gezondheidsschade kan beperken, in ieder geval bij pluimveebedrijven. Op 1 juni 2017 ontving de Tweede Kamer al een brief van de staatssecretarissen van EZ, I&M en VWS met daarin een pakket van maatregelen, waaronder emissiereductie, om de luchtkwaliteit rond pluimveebedrijven te verbeteren. Het aanvullende VGO-onderzoek laat zien dat ook geitenhouderijen van invloed zijn op de kwaliteit van de leefomgeving.
Om inzicht te krijgen in effectieve bronmaatregelen dient nader onderzoek uitgevoerd te worden. GGD GHOR Nederland ondersteunt het aanvullend VGO-onderzoek, maar acht het ook raadzaam om op basis van de huidige resultaten nu al maatregelen te nemen om de gezondheidsrisico’s te beperken.

Alle resultaten maken nogmaals duidelijk dat de ruimtelijke ontwikkeling slechts integraal benaderd kan worden. GGD GHOR Nederland roept dan ook op om de kansen die de Omgevingswet hierin biedt te gebruiken. Dit kan door gezondheidsbescherming en -bevordering op te nemen in de omgevingsvisies en omgevingsplannen die gemeenten op dit moment aan het ontwikkelen zijn. Dat biedt ook de gelegenheid om met elkaar te spreken over hoeveel gezondheidsrisico’s we acceptabel vinden. Zeker nu er duidelijke aanwijzingen zijn dat de huidige wijze waarop de veehouderij wordt uitgevoerd een negatief effect op de gezondheid van mensen heeft.