Wonen in de buurt van een veehouderij kan dezelfde schadelijke gezondheidseffecten veroorzaken als verkeer in een stad, zo blijkt uit het RIVM-onderzoek Veehouderij, Gezondheid en Omwonenden. “We roepen provincies en gemeenten dan ook op maatregelen te nemen, om gezondheidsproblemen te voorkomen en mensen te beschermen,” stelt Tonny van de Vondervoort, voorzitter GGD GHOR Nederland.

Mensen die in de buurt van een veehouderij wonen hebben vaker een verminderde longfunctie, vaker longontstekingen en COPD-patiënten merken een verergering van hun ziekte. Volgens de onderzoekers is het aannemelijk dat dergelijke gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door de stoffen die afkomstig zijn van veehouderijen, zoals de uitstoot van fijnstof, micro-organismen, endotoxines (bacterieresten) en ammoniak. GGD GHOR Nederland vindt het belangrijk dat er snel meer zekerheid komt over de gezondheidsproblemen en vraagt uit voorzorg dat provincies en gemeenten maatregelen nemen om de gezondheid van omwonenden te beschermen. Dit kan door:

Voorkom gezondheidsproblemen: verminder uitstoot schadelijke stoffen
De verminderde longfunctie komt met name voor bij mensen die veel veehouderijbedrijven in hun directe omgeving hebben. Dit is het duidelijkst bij de groep mensen met meer dan 15 bedrijven binnen een kilometer afstand van hun woning. Volgens GGD GHOR Nederland is het dan ook nodig dat veehouderijen zogenoemde bronmaatregelen nemen. Dit kan door het inzetten van technische mogelijkheden om de uitstoot zowel in als buiten de stal te verminderen, zoals het plaatsen van luchtwassers en stallen goed af te dichten. GGD GHOR Nederland bepleit een gezamenlijke inspanning van provincies, gemeenten en veehouders om dit te realiseren.

Bescherm gezondheid: meer afstand woonhuizen en veehouderijen
Eerdere onderzoeken toonden al aan dat de afstand tussen woonhuizen en veehouderijen invloed heeft op de gezondheid van omwonenden. Een gezondheidsadvies moet dan ook worden meegenomen bij de vergunningverlening tot uitbreiding. 

Een gezondheidsadvies moet altijd een advies op maat zijn. Dat kan betekenen dat een stal beter op een andere plek wordt gebouwd en gesloten moet zijn om zo verspreiding van fijnstof en endotoxinen te verminderen.

Benut mogelijkheden Omgevingswet: goede ruimtelijke ordening en gezondheid
Over drie jaar gaat de nieuwe Omgevingswet in. Nu er een wetenschappelijke onderbouwing is dat de nabijheid van veehouderijen kan leiden tot gezondheidsproblemen moet het voorzorgprincipe worden opgenomen in het gemeentelijke beleid en de omgevingsplannen. Van de Vondervoort: “Dit betekent dat bij beslissingen over het wel of niet verlenen van vergunningen voor nieuw te bouwen veehouderijen of uitbreiding, verplicht gekeken moet worden naar eventuele gezondheidsrisico’s.” Dit geeft provincie- en gemeentebestuurders de mogelijkheid de gezondheid van mensen te beschermen. De oude wet- en regelgeving gaf hiervoor onvoldoende mogelijkheden.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk
GGD GHOR Nederland heeft waardering voor de brede opzet van het VGO-onderzoek. Maar net zoals de onderzoekers zelf benoemen, kent het onderzoek zijn beperkingen. Zo wordt geen antwoord gegeven op vragen die bij burgers leven over het risico bij een uitbraak van zoönosen. Ook een mogelijk verband tussen fijnstof afkomstig van veehouderij en het optreden van hart- en vaatziekten en longkanker is niet onderzocht.

Dergelijk onderzoek zou er vanuit het belang van de publieke gezondheid snel moeten komen, vindt GGD GHOR Nederland. Want steeds vaker worden veel dieren op één plek gehuisvest en zijn stallen niet volledig afgesloten. Dat neemt niet weg dat er nu al uit voorzorg maatregelen genomen moeten worden: de resultaten van het VGO-onderzoek bieden daarvoor voldoende argumenten.

Maatschappelijke discussie: hoeveel risico accepteren we?
De GGD GHOR Nederland-voorzitter stelt daarnaast vraagtekens bij de huidige intensivering in de veehouderij. “Meer dieren bij elkaar kan de kans op zoönosen vergroten. Dit zijn ziekten die van dier op mens overgaan, zoals de Q-koorts; hier zijn mensen nog steeds chronisch ziek van. We zouden ons in Nederland de vraag moeten stellen hoeveel gezondheidsrisico’s we acceptabel vinden en wat dit betekent voor de veehouderij zoals die op dit moment wordt uitgevoerd.”