Met de decentralisaties bepalen gemeenten wie toezicht houdt op de uitvoering van de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 

Vaak beleggen gemeenten deze taak bij GGD’en. Met het nieuwe toetsingskader van het Verwey-Jonker Instituut en GGD GHOR Nederland kunnen GGD’en en andere toezichthouders de kwaliteit van de Wmo-voorzieningen beoordelen.

Op maat aanpassen
In het model toetsingskader Wmo zijn de kwaliteitseisen die de Wmo stelt aan de (maatwerk)voorzieningen, ingevuld en uitgewerkt. Zo kunnen toezichthouders van de GGD de kwaliteit van die voorzieningen beoordelen. En in overleg met hun gemeenten en de zorgaanbieders kunnen GGD’en het toetsingskader aanpassen en aanvullen, zodat het aansluit bij wat in de lokale verordening is vastgelegd en in contracten met de zorgaanbieder is afgesproken.

Achtergronden: toezicht in de wet Wmo
In de Wmo is vastgelegd dat het college van Burgemeesters en Wethouders één of meerdere personen aanwijst als toezichthouder; vaak zijn dit GGD’en. Hoe het toezicht eruit ziet, beschrijft de wet in meer algemene termen.

Kwaliteitseisen
Uit de toelichting op de wet kan worden afgeleid dat het toezicht onder meer betrekking heeft op de kwaliteitseisen die worden gesteld aan Wmo-voorzieningen die aanbieders verstrekken. In de Wmo zijn in dit verband algemene kwaliteitseisen geformuleerd, die de gemeente uitwerkt in de gemeentelijke Wmo-verordening.

Artikel: 'Toezicht Wmo; sluitstuk van beleid'
Over de organisatie en uitvoering van het Wmo-toezicht als nieuwe gemeentelijke taak publiceerden Maria Ohoioeloen (GGD GHOR Nederland) en Arnt Mein (Verwey-Jonker Instituut) ook het artikel ‘Het toezicht in het kader van de Wmo, sluitstuk van beleid’. In hun artikel besteden de auteurs ook aandacht aan het model toetsingskader.

Meer informatie:

Download het artikel in Sociaal Bestek 

Download het model toetsingskader toezicht Wmo van GGD GHOR Nederland en het Verwey-Jonker Instituut.